Kat castreren: dit moet je weten

Care
Katten

Een kat in huis gehaald? Leuk! Grote kans dat hij dan nog wel ‘geholpen’ moet worden. Is je kat castreren inderdaad nog nodig? Dan hebben we hier wat tips voor je.

Laat je binnenkort je kat castreren? Dan is het aan te raden dit te doen als hij rond de zes maanden oud is. Katers worden namelijk gemiddeld met de leeftijd van zes tot zeven maanden geslachtsrijp. Reken daarbij op zo’n zeventig euro aan kosten. Maar waarom moet je eigenlijk een kater laten castreren? En wat gebeurt er bij zo’n castratie?

Waarom castreren

Het is om verschillende redenen aan te raden je kater te laten castreren. Zo wil een ongecastreerde kater vaak zijn territorium bewaken. Om dat te doen kan hij gaan sproeien (buiten én thuis) of gaan vechten met de buurkatten. Ook lopen ongecastreerde katers eerder weg van huis, op zoek naar een vrouwtje om te dekken. En als hij gecastreerd is kunnen er geen (ongewenste) kittens komen. Tot slot kan een ongecastreerde kater sneller besmettelijke ziekten oplopen, zoals de niesziekte of kattenaids.

kat castreren

Kat castreren: zo werkt dat

Hoe gaat dat castreren eigenlijk in zijn werk? Over het algemeen zijn dit de stappen:

  • Vanaf de avond voor de ingreep dien je je kater nuchter te houden om complicatie bij de narcose te voorkomen. Geef hem dus ’s avonds niets meer te eten.
  • Onder algehele verdoving worden de volgende dag beide teelballen verwijderd via kleine sneetjes in de balzak
  • De dierenarts zal de wond niet hechten, om zo ophoping van wondvocht te voorkomen
  • Maar nog dezelfde dag mag je kat mee naar huis

Aandachtspunten voor na de castratie

De meeste katten zijn na de operatie nog heel even suf, maar een paar uur later vaak alweer heel actief. Probeer hem wel rustig te houden om complicaties te voorkomen.

Net als poezen kunnen ook katers nadat ze geholpen zijn wat aankomen in gewicht. Katers kunnen na de operatie namelijk minder actief zijn, maar ze krijgen wel sneller honger door verstoring van de hormoonhuishouding. Houd dat in de gaten en verminder het voer waar nodig of stap over naar voeding met een lager energiegehalte.